Steeds meer werkgevers stellen tegenwoordig een simpele vraag aan hun uitzendpartner: bent je straks eigenlijk wel toegelaten? Het is een vraag die een paar jaar geleden nauwelijks werd gesteld. Nu, met de Wtta toelating voor uitleners in aantocht, wordt dit steeds relevanter voor werkgevers.
Onderzoek van Regioplan, in opdracht van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, toont aan dat ruim zestig procent van de uitleners een toelating of ontheffing wil aanvragen onder de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). Dit meldt FlexNieuws. Het aantal verwachte aanvragen komt in het zwaarste scenario uit boven de 21.000. Dit is fors meer dan de eerdere schatting uit 2023.
Een markt die zich opsplitst
Niet iedere uitlener doet mee. Grote, georganiseerde bureaus lopen voorop. Van de leden van brancheorganisaties zoals ABU en NBBU verwacht 75 procent een aanvraag te doen. Dit is tegenover 36 procent van de niet-leden. Bureaus met een SNA-keurmerk scoren vergelijkbaar hoog.
Bij bedrijven met meer dan 250 medewerkers ligt de intentie op 68 procent. Bij eenpitters is dit een kwart. Deze cijfers laten zien welke uitleners zichzelf serieus nemen als werkgever, en welke uitlenen als bijzaak beschouwen.
De waarborgsom als knelpunt
Voor 65 procent van de twijfelaars speelt de verplichte waarborgsom van 100.000 euro de grootste rol in de afweging. Dit weegt veel zwaarder dan bijvoorbeeld de VOG-eis of administratieve lasten. Vooral kleine uitleners haken hierop af. Bij bedrijven tot tien medewerkers noemt zeventig tot tachtig procent de waarborgsom als struikelblok.
Minister Vijlbrief ziet op basis van het onderzoek vooralsnog geen aanleiding om de voorbereidingen bij te stellen. Uitleners kunnen zich vanaf 1 november aanmelden voor het overgangsrecht.
Wat betekent de Wtta toelating voor werkgevers?
Voor werkgevers in food, techniek en logistiek die uitzendkrachten inzetten, is dit belangrijk nieuws. Wie straks werkt met een uitlener die geen Wtta toelating heeft of kon krijgen, loopt risico’s. Denk hierbij aan ketenaansprakelijkheid voor loon en afdrachten. Bovendien kan een dergelijke partij mogelijk stoppen met uitlenen zodra de wet ingaat.
Dit maakt de keuze voor een uitzendpartner minder een kwestie van alleen de prijs. Het wordt meer een kwestie van betrouwbaarheid op de lange termijn.
Waarop moet je letten bij Wtta toelating?
Een paar aandachtspunten voor jou als werkgever in Midden-Limburg die nu personeel inleent of dat overweegt:
-
Vraag je huidige of toekomstige uitzendpartner expliciet naar de status onder de Wtta.
-
Kijk of het bureau is aangesloten bij ABU of NBBU en een SNA-keurmerk heeft. Dit correleert sterk met de intentie om toelating aan te vragen.
-
Bouw dit gesprek nu al in bij contractverlengingen, niet pas na 1 november.
-
Wees alert op bureaus voor wie uitlenen een nevenactiviteit is. Daar is de kans op afhaken het grootst.
Bij LEAN HR merken we dat werkgevers in Midden-Limburg dit soort vragen steeds vaker zelf al stellen. Terecht, want de Wtta toelating gaat niet alleen over papierwerk voor de uitzendbranche. Het gaat over de vraag of je als werkgever straks nog zeker weet met wie je zaken doet.
De cijfers uit het Regioplan-onderzoek laten zien dat de markt zich aan het scheiden is. Er zijn bureaus die zich willen bewijzen als serieuze partner, en bureaus die twijfelen of afhaken. Voor werkgevers is dat verschil straks niet meer alleen een kwestie van vertrouwen, maar een kwestie van ‘due diligence’.