Uitzendkrachten inzetten in Limburg wordt duurder, maar slimmer

Steeds meer werkgevers zien twee dingen tegelijk gebeuren. Het aantal uren dat ze via een uitzendbureau kunnen inzetten daalt, terwijl de rekening die daarvoor binnenkomt juist stijgt. Dat voelt tegenstrijdig. Toch is het precies wat de laatste cijfers over de flexbranche laten zien, en het zegt iets belangrijks over hoe je als werkgever met uitzendkrachten inzetten in Limburg moet omgaan.

Minder uren, hoger tarief

De cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over het tweede kwartaal zijn duidelijk. De omzet van de flexbranche groeide met 5,8 procent, de sterkste kwartaalgroei in drie jaar. Tegelijk kromp het aantal gewerkte uren met 6,7 procent. Reken dat door en je komt uit op een gemiddelde tariefstijging van ruim 13 procent. Grotendeels het gevolg van de nieuwe cao voor uitzendkrachten.

Ook de meest recente ABU-marktmonitor bevestigt het beeld. In de technische sector daalde het aantal uren met 4 procent, terwijl de omzet met 1 procent steeg. In de industriële sector daalde het aantal uren met 2 procent en steeg de omzet juist met 7 procent. Minder inzet, meer betalen per uur. Dat is de nieuwe rekensom.

Wat dit betekent voor werkgevers in Limburg

Voor werkgevers in food, techniek, logistiek en productie is dit geen abstract cijfer. Het is direct zichtbaar op de factuur. Waar flexpersoneel jarenlang vooral een kwestie van beschikbaarheid was, wordt het nu ook een kwestie van kosten. En dat verandert de vraag die werkgevers zichzelf moeten stellen. Niet langer alleen hoe snel kunnen we opschalen, maar ook wat willen we eigenlijk aan flexibiliteit overhouden, en tegen welke prijs.

In gesprekken met werkgevers in de Limburgse maakindustrie en logistiek horen we die verschuiving ook. Bedrijven die uitzendkrachten vooral als kraan gebruikten, die je open en dicht draait naarmate de orderportefeuille verandert, merken dat die kraan duurder is geworden. Bedrijven die juist hebben geïnvesteerd in een vaste groep flexkrachten die de organisatie kent, zien die investering nu lonen. Minder verloop, minder inwerktijd, minder verrassingen.

Van kraan naar partner

Dat vraagt om een andere aanpak dan vijf jaar geleden. Een paar dingen die daarbij helpen:

  • Bouw een talentpool op van mensen die je organisatie al kennen, in plaats van steeds opnieuw te starten bij nul.
  • Investeer in onboarding, ook voor tijdelijke krachten. Wie zich sneller thuis voelt, is sneller productief.
  • Bekijk per functie of het slimmer is om goede uitzendkrachten uitzicht te geven op een vast contract.
  • Plan personeelsbehoefte verder vooruit, zodat je niet afhankelijk bent van dure spoedinzet.
  • Ga het gesprek aan met je uitzendpartner over tarief en beschikbaarheid, niet pas als de nood hoog is.

Bij LEAN HR zien we dagelijks wat het verschil maakt tussen een werkgever die flexwerk inkoopt en een werkgever die er een partnerschap van maakt. De cijfers uit de ABU-marktmonitor en het CBS bevestigen wat we in de praktijk al zagen aankomen: flexwerk wordt geen goedkoop alternatief meer, het wordt een instrument dat vraagt om regie.

Voor Limburgse werkgevers in food, techniek, logistiek en productie betekent dat niet dat uitzendkrachten inzetten minder waard is geworden. Het betekent dat de manier waarop je het organiseert er meer toe doet dan ooit. Wie nu nadenkt over die regie, staat er over een jaar beter voor dan wie wacht tot de volgende factuur weer hoger uitvalt.

Overige artikelen